Hier vindt u informatie over de gegeneraliseerde angststoornis en de behandelwijze die door het Instituut voor Rationele Therapie wordt toegepast. Wilt u meer informatie over onze behandelingen? Neem dan contact op met het Instituut. U kunt zich ook direct als cliënt aanmelden voor een intakegesprek.

Symptomen

Van GAS is sprake wanneer iemand last heeft  van voortdurende, extreme angst en oncontroleerbaar piekeren, in combinatie met spanningsklachten en/of motorische onrust. Omdat overbezorgdheid en veelvuldig piekeren zo kenmerkend zijn voor mensen met een GAS, wordt ook wel gesproken van een  “piekerstoornis”. Overigens komen deze symptomen ook voor bij depressie. In overleg met de behandelaar – en huisarts – kan daarom gekozen worden om eerst medicatie  voor te schrijven. Dit verdient de voorkeur bij een ernstige depressie.

Behandeling

Cognitieve gedragstherapie grijpt in op zowel het gedrag als het denken, werkt met huiswerkopdrachten, en kent een gestructureerde aanpak. De methode is gericht op het opsporen en beïnvloeden van disfunctionele denkpatronen. Bij denken gaat het om automatische negatieve gedachten, disfunctionele leefregels, en algemene opvattingen over onszelf als persoon, over anderen, en over de wereld. In het bijzonder wordt aandacht besteed aan 1) het overschatten van de kans dat hetgeen wordt gevreesd werkelijk zal optreden, 2) het overschatten van de ernst van hetgeen wordt gevreesd en 3) het onderschatten van de mogelijkheden om zelf het gevreesde te kunnen voorkomen dan wel ermee om te kunnen gaan.

Cognitieve therapie bij GAS kent een aantal specifieke elementen. Er wordt gebruik gemaakt van interventies die zijn gericht op het voor GAS zo kenmerkende piekeren. In plaats van te proberen het piekeren tegen te houden – dat lukt toch niet – gaat het erom het piekeren juist aan te wakkeren door alle mogelijke rampen en ellende die u vreest “uit de denken”. Door de gewenning die optreedt als gevolg van deze “blootstelling” zal de angst afnemen.  Vervolgens ontwikkelt  u met hulp van de therapeut  een meer realistische kijk op de kans op en de ernst van de gevreesde rampen. Aan bod komen opvattingen over gedachten en over het piekeren zelf, bijvoorbeeld het nut en gevaar van piekeren. Ook deze zogenaamde “metacognities” worden kritisch onderzocht.

Later in de therapie bedenkt u samen met uw therapeut zogenaamde gedragsexperimenten. Door het uitvoeren van gedragsexperimenten kunt u onderzoeken of uw angstige verwachtingen inderdaad uitkomen – of niet.

De behandeling kan aangevuld worden met specifieke interventies gericht op het omgaan met – en het verminderen van angst (“angsthantering” of “anxiety –management”), ontspanningsoefeningen, en oefeningen gericht op gewenning  aan angstwekkende zaken en het verminderen van  angstige verwachtingen (“blootstelling” of ”exposure”).  Deze oefeningen horen bij gedragstherapie.

 

Klik hier om u aan te melden bij het Instituut voor Rationele Therapie