Hier vindt u informatie over een specifieke fobie en de behandelwijzen die door het Instituut voor Rationele Therapie worden toegepast. Wilt u meer informatie over onze behandelingen? Neem dan contact op met het Instituut. U kunt zich ook direct als cliënt aanmelden voor een intakegesprek.

 

Symptomen

Iemand die een specifieke fobie heeft is overdreven bang voor specifieke situaties, voorwerpen of dieren en vermijdt de fobische situatie waar mogelijk. Veel mensen hebben angsten die niet altijd even realistisch zijn, het verschil bij een specifieke fobie is dat de angst iemand in belangrijke mate hindert in zijn of haar dagelijks leven. Er zijn nog een aantal criteria waar men aan moet voldoen wil je kunnen spreken van een specifieke fobie. Wanneer er een confrontatie is, of dreigt te zijn met de fobische situatie roept deze heftige angst op. Verder moet de persoon zelf beseffen dat zijn angst overdreven of niet realistisch is. Binnen de specifieke fobie worden vijf subtypen onderscheiden:

  1. dierfobieën (o.a. spinnen)
  2. fobieën voor de natuurlijke omgeving (o.a. onweer, hoogtevrees)
  3. bloed-, injectie- en letselfobieën
  4. situationele fobieën (o.a. vliegangst, tunnels)
  5. andersoortige fobieën (o.a. angst om over te geven)

In de cognitief gedragstherapeutische behandeling voor een specifieke fobie zijn verschillende stappen te onderscheiden.  Ten eerste wordt besproken hoe realistisch de angst voor de fobische situatie is. Vervolgens wordt samen met de cliënt een overzicht gemaakt van situaties die angst op roepen, deze situaties worden op volgorde van oplopende moeilijkheid gezet. Dit overzicht wordt ook wel een angsthiërarchie genoemd. In derde stap is het de bedoeling om te gaan oefenen met de situaties uit de angsthiërarchie, de cliënt en therapeut maken hier samen afspraken over. Eerst worden de relatief gemakkelijke situaties geoefend, later de moeilijkere. Het doel van deze oefeningen is dat de cliënt vertrouwd raakt met de gevreesde situatie(s) en dat hij of zij net zolang in de gevreesde situatie blijft totdat de angst voldoende is afgenomen. Blootstelling aan de situaties kan zowel binnen als buiten de behandelsetting plaatsvinden. Een vierde stap is het bespreken van de oefeningen en het maken van nieuwe afspraken over de volgende stap op de angsthiërarchie.  Deze stappen worden net zo lang voortgezet totdat de specifieke fobie voldoende is overwonnen. Daarnaast is er aandacht voor de gedachten die iemand heeft over de gevreesde situatie. Vaak is de cliënt nog onvoldoende overtuigd van het onrealistische en overdreven karakter van zijn angst. In het algemeen wordt veel aandacht besteed aan disfunctionele denkwijzen. Automatische gedachten die tot angst leiden worden onderzocht en tegen het licht gehouden. Samen wordt gezocht naar meer realistische gedachten.

In de behandeling van het subtype bloed-, injectie- en letselfobie verlopen de stappen iets anders. In het begin wordt gestart met de gedachten over de gevreesde situatie(s) en leert de cliënt een oefening aan om zijn bloeddruk tijdelijk te verhogen. Bij dit subtype binnen de specifieke fobie is het namelijk zo dat cliënten meer kans hebben om flauw te vallen. Dit komt door een biologisch mechanisme: het lichaam laat bij het zien van bloed de bloeddruk automatisch dalen. Wanneer de cliënt deze oefening beheerst wordt het risico om daadwerkelijk flauw te vallen teruggedrongen en kan de oefening worden toegepast in de blootstelling aan de gevreesde situaties.

 

Klik hier om u aan te melden bij het Instituut voor Rationele Therapie